Het unieke Tiroolse carnaval

Goed tegen slecht, dag tegen nacht, licht tegen donker, warm tegen koud. Het gaat ieder jaar weer om deze tegenstellingen in de periode van de Tiroolse vastenperiode tussen 6 januari (Driekoningen) en aswoensdag. Met veel lawaai, griezelige maskers, die hier larven worden genoemd, en met allerlei dansen wordt het eind van de winter bezworen.
En Innsbruck ligt bijna in het middelpunt van dit oer-Tiroolse gebruik, dat zich vanuit het grijze verleden in de tegenwoordige tijd staande heeft weten te houden. Het is vooral te danken aan de vele carnavalsverenigingen, dat de carnavalscultuur wordt doorgegeven.

Maskers, geluiden en rondreizend volk, van oorsprong uit Tirol

Het is geen wonder dat het carnaval vooral in Tirol zo intensief, tomeloos, fanatiek en wild wordt gevierd. Het land in het gebergte was en is nog altijd in sterke mate overgeleverd aan de grillen van de natuur. Het overleven van de boerenbevolking was sinds vele duizenden jaren afhankelijk van goed weer en een goede oogst.
De oorsprong van het Tiroolse carnaval ligt zonder uitzondering geheel en al bij het boerenverleden. De wens om de vrieskou, de rauwheid en de gure kant van de winter zo snel mogelijk te overwinnen, manifesteert zich in een rijke schat aan bontgekleurde carnavalsfiguren. Heksen, wilde mannen en vele andere figuren worden door soms elegant geklede figuren, maar altijd met lawaai en veel muziek verdreven. Dat speelt zich tegenwoordig meestal allemaal af voor de ogen van duizenden toeschouwers. Zij worden bij vele carnavalsevenementen zoals het Schianen gian, Schleicherlaufen, Mullerlaufen, Wampelerreiten en andere evenementen of optochten, tot getuigen van de strijd van de goeden tegen "de kwaden".

De heksen

Heksen zijn niet weg te denken uit de alpiene tradities. Zij belichamen de winter, het vreselijke, duivelse en boze. Hun gedrag, met carnaval de schoenen van de toeschouwers met de bezem te poetsen is slechts een goede sier bij het boze spel. Hun dagen zijn geteld

De "Schleicher"

Eén van de wijdverbreide figuren van het Tiroolse carnaval. Gemaskerd, met schellen op de rug, sluipen ze rond om zich dan ineens en meestal onder luid geschreeuw naar de geschrokken toeschouwers op te richten. Een heel kunstzinnige vorm van de Schleichers wordt in Telfs gehouden, waarvan de "Schleicherlauf“ (optocht) echter slechts elke vijf jaar plaatsvindt.

De Tuxer

Tirolers werden eeuwenlang met "Tuxers" gelijkgesteld. Daarom representeert deze figuur de edele, tegelijkertijd luchthartige en drinkgrage Tiroler. Deze reputatie verwierven de Zillertaler, die als handelaren door heel Europa zijn getrokken. De lachende en vriendelijke gezichtsuitdrukking, maar ook de verzorgde kleding geeft de mannelijke figuren een vooraanstaande uitstraling.

De Spiegeltuxer

Hij is Tirols beroemdste carnavalsfiguur. Een meer dan één meter hoge en ca. 14 kg zware hoofdversiering laat hem duidelijk boven de massa uitsteken van Matschgerer, Muller of Wampelers (uitbundig uitgedoste figuren met maskers). De beschermde kleding wordt o.a. gekenmerkt door de Tiroolse adelaar en zwarte lederhose.

De Zaggler

De bijna 100 "zagglen" of kwasten, die op een blauw gewaad zijn genaaid, geven deze figuur zijn naam. Als hoofdversiering draagt de Zaggler ongeveer 100 zwarte hanenveren, een spiegel en een hazenvel. Dit onvriendelijke masker ageert met schokkende, krachtige bewegingen.

De Klötzler

De bonte of bruin-witte houten spanen worden in Tirol ook wel "klötzln" genoemd. Het lawaai dat ontstaat door de bewegingen van deze klötzln moet plaatsmaken voor daarop volgende maskers en larven. Een man, die als Klötzler optreedt, moet wel een beetje conditie hebben, want de vele houten spanen vormen een flink gewicht.

De Zottler

Ruwe bewegingen kenmerken deze figuur met grimmig masker. De Zottler is een vertegenwoordiger van de winter en dienovereenkomstig slecht gehumeurd, als zijn verschijning op het spel staat. Zijn kleding bestaat uit de meest verschillende franjes, de hoed is tot een omgeslagen kap opgericht.

De Melcher

Deze figuur herinnert aan het oergebruik, dat heel veel met weide- en landbouw te maken had. De Melcher is jong en sympathiek, belichaamt een vrolijke gezellige persoon. Op de borst draagt hij een groene doek, de dragers van de lederhose zijn gestikt en de ransel, dus de gordel wordt versierd met een ketting van daalders.

De Weiße

Deze figuur is heel mooi, jong en levendig. Zijn kleding is verzorgd, een witte broek is voorzien van rood-groene kwasten, met banden en klokjes aan de broeknaad. Zijn naam komt van het witte hemd. In de hand houdt hij de zogenaamde "Ulrichstecken", die in de herfst afgesneden en in het water gebogen wordt. Hij hupt voorwaarts en achterwaarts over deze twijg.

De heksen

Heksen zijn niet weg te denken uit de alpiene tradities. Zij belichamen de winter, het vreselijke, duivelse en boze. Hun gedrag, met carnaval de schoenen van de toeschouwers met de bezem te poetsen is slechts een goede sier bij het boze spel. Hun dagen zijn geteld

De "Schleicher"

Eén van de wijdverbreide figuren van het Tiroolse carnaval. Gemaskerd, met schellen op de rug, sluipen ze rond om zich dan ineens en meestal onder luid geschreeuw naar de geschrokken toeschouwers op te richten. Een heel kunstzinnige vorm van de Schleichers wordt in Telfs gehouden, waarvan de "Schleicherlauf“ (optocht) echter slechts elke vijf jaar plaatsvindt.

De Tuxer

Tirolers werden eeuwenlang met "Tuxers" gelijkgesteld. Daarom representeert deze figuur de edele, tegelijkertijd luchthartige en drinkgrage Tiroler. Deze reputatie verwierven de Zillertaler, die als handelaren door heel Europa zijn getrokken. De lachende en vriendelijke gezichtsuitdrukking, maar ook de verzorgde kleding geeft de mannelijke figuren een vooraanstaande uitstraling.

De Spiegeltuxer

Hij is Tirols beroemdste carnavalsfiguur. Een meer dan één meter hoge en ca. 14 kg zware hoofdversiering laat hem duidelijk boven de massa uitsteken van Matschgerer, Muller of Wampelers (uitbundig uitgedoste figuren met maskers). De beschermde kleding wordt o.a. gekenmerkt door de Tiroolse adelaar en zwarte lederhose.

De Zaggler

De bijna 100 "zagglen" of kwasten, die op een blauw gewaad zijn genaaid, geven deze figuur zijn naam. Als hoofdversiering draagt de Zaggler ongeveer 100 zwarte hanenveren, een spiegel en een hazenvel. Dit onvriendelijke masker ageert met schokkende, krachtige bewegingen.

De Klötzler

De bonte of bruin-witte houten spanen worden in Tirol ook wel "klötzln" genoemd. Het lawaai dat ontstaat door de bewegingen van deze klötzln moet plaatsmaken voor daarop volgende maskers en larven. Een man, die als Klötzler optreedt, moet wel een beetje conditie hebben, want de vele houten spanen vormen een flink gewicht.

De Zottler

Ruwe bewegingen kenmerken deze figuur met grimmig masker. De Zottler is een vertegenwoordiger van de winter en dienovereenkomstig slecht gehumeurd, als zijn verschijning op het spel staat. Zijn kleding bestaat uit de meest verschillende franjes, de hoed is tot een omgeslagen kap opgericht.

De Melcher

Deze figuur herinnert aan het oergebruik, dat heel veel met weide- en landbouw te maken had. De Melcher is jong en sympathiek, belichaamt een vrolijke gezellige persoon. Op de borst draagt hij een groene doek, de dragers van de lederhose zijn gestikt en de ransel, dus de gordel wordt versierd met een ketting van daalders.

De Weiße

Deze figuur is heel mooi, jong en levendig. Zijn kleding is verzorgd, een witte broek is voorzien van rood-groene kwasten, met banden en klokjes aan de broeknaad. Zijn naam komt van het witte hemd. In de hand houdt hij de zogenaamde "Ulrichstecken", die in de herfst afgesneden en in het water gebogen wordt. Hij hupt voorwaarts en achterwaarts over deze twijg.

Het Axamer "Wampelerreiten“

Plaats: Axams; tijdstip: grote wampelersoptocht elke 4 jaar op carnavalszondag; Wampelerreiten elk jaar op dwaze donderdag; sinds 2016 immaterieel cultureel werelderfgoed UNESCO.

Het Axamer carnaval en "Wampelerreiten“

Plaats: Axams; tijdstip: grote wampelersoptocht elke 4 jaar op carnavalszondag; Wampelerreiten elk jaar op dwaze donderdag; sinds 2016 immaterieel cultureel werelderfgoed UNESCO.

Schijnbaar kalm bewegen zich in Axams tijdens het carnaval dikke figuren onhandig door het dorp. Het is de tijd van de wampelers. Dit gebruik werd zelfs tot immaterieel cultureel werelderfgoed UNESCO benoemd.
Het Wampelerreiten behoort tot zeker de opvallendste en meest zeldzame carnavalsgebruiken van de Alpen. Het mag met recht en reden als een soort "wedstrijdsport" met vaste regels worden vergeleken. Degenen met de wampe (wampeler = dikbuikige) krijgen hun uiterlijk door het intensief vullen van hun kleding met hooi van de tweede oogst. Alleen geselecteerde Axamer mannen en jongens mogen zich als wampelers en ruiters verkleden.
De wampelers dragen een grof wit linnen hemd, over een broek een rode rok, brede leren riem, vast schoeisel en een stok voor de balans en afweer. Opgevuld met "grummit", het hooi van de tweede oogst, trippelen zij in ingetrokken houding door het dorp. Dat ziet er op het eerste gezicht sloom uit, is echter in werkelijkheid zeer vermoeiend. Duidelijke ("onbuigzame") regels bepalen de afloop van het zeer vermoeiende ritueel, waarbij de ruiters proberen, de wampelers op de rug te gooien. Alle wampelers, die twee "omgangen" of de grote wampeleroptocht elke vier jaar met een wit vest en zonder verwondingen doorstaan, zijn de eigenlijke helden van dit gebruik. 

Andere carnavalsgebruiken in Axams:
Schnölln, Banden gian und Laningerschaun (knallen, erop uit gaan en rondreizend volk bekijken)

Het carnaval in Axams wordt uitermate intensief gevierd. Het wordt altijd ingeleid door de Axamer Kirchtagsschnöller (lokale vereniging) op de eerste maandag na Driekoningen, het begin van de Axamer carnavalstijd. Vervolgens amuseren de Axamers zich wekelijks bij het "Banden gian" (erop uit gaan) en hun gasten bij het "Laningerschaun" (kijken naar rondreizende volken). Op alle donderdagen van de vastenperiode gaan ze 's avonds op pad. Gemaskerde "banden" bezoeken particulieren en boerderijen, maar vooral restaurants en hotels. Daar nodigen zij de toeschouwers uit om te dansen. Begeleid door eigen muzikanten, heksen, beren, de één of andere wampeler, tuxer, flitscheler, bujazz en andere "Laningers" vieren en dansen zij tot middernacht.

Het Telfse Schleicherlaufen (optocht van op bijzondere wijze uitgedoste figuren)

Plaats: Telfs; tijdstip: elke 5 jaar op carnavalszondag; sinds 2010 immaterieel cultureel werelderfgoed UNESCO.

Als de zon al vroeg in de ochtend door Telfs wordt gedragen, als beren, apen, padden en olifanten op weg gaan, dan is het de dag van de Telfse Schleicherlaufen.

De basisstructuur van dit gebruik is zeer oud, de huidige versie veeleer niet. Verschillende carnavalsgebruiken in het gebied van Telfs mondden namelijk in 1768 uit in het tegenwoordig zogenaamde "Telfer Schleicherlaufen“. Welke ruwe zeden voorheen hebben geheerst, is gedocumenteerd in een voorval van destijds. Een man werd in het genoemde jaar tot twee dagen kerker op "water en brood“ veroordeeld, omdat hij zich bij de optocht van gemaskerden in Telfs vervelend had gedragen“, zoals dat werd genoemd. En überhaupt: "Deze monsters lopen woedend door de stegen, vallen iedereen die daar komt, aan met dikke stokken, zwepen, natte lompen zwart als roet“, deze klaagzang is te lezen in een document van die tijd. Nog meer: meegebrachte brandewijnflessen zouden hun woede alleen nog doen toenemen en de gemaskerden tot "meer vee dan mensen“ maken. Nu was het mooi geweest en vanaf 1890 gold het Schleicherlaufen reeds als "bezienswaardigheid“, die "uit voorzorg" slechts elke vijf jaar op carnavalszondag zou moeten plaatsvinden.
Reusachtige hoeden, fluweel en zijde

De relatie van de Telfse optochtfiguren tot de weide- en landbouw is tegenwoordig nog in verschillende figuren gedocumenteerd. Echter, vooral in de hoeden van de Telfse optochtfiguren en de "openingsfiguur" van de Schleicherlauf, de lantaarndrager. De hoeden herinneren nog aan die "Buschn", die de "Almeler“, dus het personeel op de weides, bij het verdrijven van het vee vanaf de alm, tegenwoordig nog steeds dragen. De lantaarndrager is het overblijfsel van een oud gebruik, namelijk een kaars op de hoed te plaatsen om in de duisternis van de nacht iets te kunnen zien.
Wat zijn nu die "Schleichers"? In principe zijn dit Tiroolse carnavalsfiguren, die gemaskerd rondsluipen en zich met luid geschreeuw en getier voor geschrokken toeschouwers oprichten. Tegenwoordig is dat iets anders. Schleichergroepen vormen de basis van de Telfse vastentijd, zijn prachtig bont gekleurd en gehuld in fluweel en zijde. Voorzien van grote schellen op de rug vallen zij op door buitengewone en prachtige hoeden, die telkens als groepssymbool gelden. Niet zelden zijn de hoeden 1 m. hoog en 8 kg zwaar. Zij schrijden waardig voort en huppelen in grappige danspassen in een kring.

Naast de Schleichers treden in Telfs vele typisch Tiroolse maskers en carnavalssymbolen op zoals beren en rondreizend volk, Tuxer en Tuxerin, alpenherders, wilde mannen, wonderdokters en vogelhandelaren.
 

De Muller- en Matschgereroptocht in de MARTA-dorpen

Plaats: carnavalsoptochten en evenementen in Mühlau, Arzl, Rum, Thaur, Absam.

De gemeenschappelijke, grote Muller- en Matschgereroptocht vindt elk jaar telkens op een zondag voor carnavalszondag in een andere gemeente plaats.

Diepgang, ja zelfs wellevende kwaliteiten heeft het carnaval ten oosten van Innsbruck. Want zoals bij een parelsnoer aaneengeregen, liggen de beroemdste carnavalsdorpen van Tirol bijna op één lijn: Mühlau, Arzl, Rum, Thaur en Absam, kortweg: MARTA-dorpen. De carnavalstraditie gaat hier zelfs terug tot wellevende zeden. Een carnavalstraditie, die vooral door de kleurige veelzijdigheid van de maskers opvalt. Hier wordt van de eerste tot en met de laatste dag van het carnaval plezier gemaakt en met maskers op vrolijk feest gevierd.

Een bakermat van het Tiroolse carnaval
Het "mullen" begint ook hier na Driekoningen en duurt tot aswoensdag. Het woord "mullen" heeft het echter in zich. Het stamt vermoedelijk van de Middeleeuwse uitdrukking "mummerey" af, wat zoveel betekende als "grap en grol“. Het is ook gedocumenteerd wie heel veel hield van zulke "grappen en grollen" : hertog Sigmund de Rijke, een oom van keizer Maximiliaan I. Sigmund bracht in 1472 de hele periode van de vastentijd door op zijn kasteel in Thaur en liet zich, zo wordt gezegd, door vrouwen in zijn residentie vastzetten. Een schurk, wie daar iets boosaardigs bij denkt. Maar ook keizer Maximiliaan genoot van de gebruiken, en gebruikte daarvoor vermoedelijk een masker van solide staal: een groteske helm, die uitgerekend met een haakneus "versierd" wordt. Voor een uitgelaten en vrolijke drukte wordt het woord matschgern gebruikt, dat te herleiden is naar het woord "masker".

Bij de Muller- en Matschgereroptochten treden de meeste in Tirol bekende carnavalsfiguren op. Van de Zottler tot de Zaggler, de Hiatltuxer, Melcher, de witte of de boer tot en met de zeer elegante Spiegel- of Altartuxer. De Muller of Matschgerer worden meestal door beren, wilden, soms ook door apen of geitenbokjes begeleid.

Voor de eigenlijke grote evenementen aan het einde van het carnaval wordt het gebruik in restaurants, op evenementen echter ook in privéhuizen onderhouden. Een gebruik, waarbij de toeschouwers worden ingepakt. Want dan, worden zij "abgemullt‘, waarbij een carnavalsfiguur de toeschouwer zachtjes op de schouders tikt om hem dan direct een slok schnaps aan te bieden.
 

Schiane gian (mooi gaan)

Plaats: Igls, Vill. Tijdstip: de traditionele carnavalsoptocht vindt elke drie jaar plaats

De naam "Schiane gian" (mooi gaan) wijst erop, dat het hier om een meer elegante vorm van de carnavalsoptocht gaat.
Het gebruik werd vooral in de gemeentes aan de voet van de Patscherkofel uitgeoefend en kenmerkte zich doordat de gemaskerden van dorp naar dorp getrokken zijn. Normaal gesproken treden bij het Schiane gian ook alle maskers, rondreizende volken en dieren op, die het Tiroolse carnaval zo uniek maken.

Schiane Gian

Schellenslaan

Plaats: Ellbögen, Patsch, Sistrans; tijdstip: Ellbögen en Sistrans: carnavalsdinsdag. Patsch: dwaze donderdag.

Het schellenslaan lijkt op de normale carnavalsoptochten in Tirol, is echter soms veel chaotischer dan de Schleicheroptochten of de Mulleroptochten. Vele jaren lang was het bijna in de vergetelheid geraakt. Bijvoorbeeld in Ellbögen, waar vrouwen het gebruik van het schellenslaan weer oppakten, omdat de mannen daarvoor "te lui" waren. Een gebeurtenis, die uniek in de carnavalsgeschiedenis van Tirol is, omdat alles rondom carnaval eeuwenlang een pure mannenaangelegenheid is geweest.

Het schellenslaan wordt normaliter door een "heks" aangevoerd, die met opgeheven bezem en groteske sprongen haar bel beweegt, die de op haar rug bevestigde schellen laat klinken.

Sistrans

Zirler Türggeler (dialect voor mais)

Plaats: Zirl; verschillende optredens tussen 6 januari en aswoensdag

Een goed voorbeeld, hoe een gebruik ontstaat, bieden de Zirler Türggeler. Men wilde zich van andere carnavalsgebruiken en -figuren onderscheiden en ontwikkelde in 1976 nieuwe ideeën. Kostuums van maisbladeren, (Türggen-Fitschen), maskers en hoeden, die met 3.000 maiskorrels zijn bezet, kleden de Türggeler. De centrale figuren van het Zirler carnaval worden door boosaardige heksen en een fantasiefiguur, de "Habergeiß“ (demoon in de vorm van een geit met paardenhoeven of klauwen van een vogel) bedreigd. Een andere figuur, de "Goggeler" (haan) probeert door wilde klappen met zijn snavel de lente in de vorm van de Türggeler te vernietigen. Zij behouden echter de overhand en beginnen dan met dansen, die het zaaien en verwerken van mais in het warme jaargetijde voorstellen.

Lees meer
unlimited
Weather for morning
morning
Innsbruck
Zon: 0%
9°C/48°F
afternoon
Weather for afternoon
afternoon
Innsbruck
Zon: 0%
9°C/48°F
Wednesday
Weather for Wednesday
Wednesday
Innsbruck
Zon: 30%
9°C/48°F
Thursday
Weather for Thursday
Thursday
Innsbruck
Zon: 70%
9°C/48°F
morning
Kunnen wij u helpen? Neem contact met ons op!
Innsbruck Tourismus
maandag - vrijdag: 8.00 - 17.00 uur
Innsbruck Incoming
maandag - vrijdag: 9.00 - 17.00 uur
Tourismus Information, Ticket Service
maandag - zaterdag: 9.00 - 18.00 uur
zondag: 10.0 - 16.30 uur
INNSBRUCK TOURISMUS
6021 INNSBRUCK, BURGGRABEN 3
AUSTRIA
+43 (0) 512 59 8 50
+43 (0) 512 59 8 50-107
OFFICE@INNSBRUCK.INFO
WWW.INNSBRUCK.INFO